4.1. Sprites
Voor dit onderdeel zijn we aan de slag gegaan met sprites in de micro:bit en hoe ze gebruikt kunnen worden.
We hebben verschillende manieren bekeken om de besturing van de karakters met verschillende inputs te gebruiken:
| Links |
Rechts | Beneden | Boven | |
|---|---|---|---|---|
| Manier 1 | A | B | A+B | Logo |
| Manier 2 | Tilt Left | Tilt Right | Logo Up | Logo Down |
| Manier 3 | Pin 0 | Pin 2 |
Pin 1 | Shake |
We hadden ook de mogelijkheden voor sprites te besturen en hoe ze kunnen bewegen bekeken. Sprites kunnen bewogen worden met veel verschillende blokken.
- Met de Sprite Move-blok beweegt de sprite een gekozen aantal stappen (LEDs)in de richting waar de sprite is gedraaid.
- Met de Sprite Turn-blok draait de sprite een gekozen aantal graden naar links of rechts.
- Met de Sprite Change-blok beweeg je de sprite een gekozen aantal stappen over de x- of y-as.
- Met de Sprite Set-blok teleporteer je de sprite naar een specifieke plek op de x- of y-as.
- Je kan er ook voor zorgen dat de sprite van de randen stuitert (in de andere richting van de muur begint te bewegen) met de Sprite If On Edge, Bounce-blok.
4.2. Botsende sprites
Dit onderdeel ging over hoe je de micro:bit kon programmeren om te zien wanneer twee sprites met elkaar in contact komen of tegen de muur aan komen.
We kregen de taak om de instructies van een spel te bekijken. In het spel kreeg je als doel om de "appel" te vangen die telkens uit de lucht viel. De appel werd telkens naar boven gestuurd om weer naar beneden te vallen wanneer de speler de "appel" had aangeraakt.
Het probleem was dat de appel niet vanzelf weer naar boven ging als het de onderkant van het scherm bereikte.
Dit hebben we met behulp van het "is touching-blok" aangepast (zie Afb 1):
Afb 1: Aangepaste code van het appel spel met gebruik van het is touching-blok
4.3. Rotation
In dit onderdeel ging het over de micro:bit en de roll en pitch waarde die het kan hebben.
Neem als voorbeeld een vliegtuig. Dit vliegtuig kan links en rechts draaien, maar ook stijgen en dalen. Het links en rechts draaien is de roll waarde en het stijgen en dalen is de pitch waarde.
Deze waardes gaan voor allebei van -100 tot en met 100 met voor de roll de draai naar links als -100 en de draai naar rechts 100. Voor de pitch is het bij het naar de grond wijzen de waarde -100 en het naar de lucht wijzen 100.
Met deze kennis hebben we als opdracht een programma gemaakt waarin de sprite beweegt richting de kant waarin de micro:bit wordt gedraaid (zie Afb 2):
Afb 2: Micro:bit instructies om de sprite te draaien
4.4. Overige mogelijkheden van sprites
Bij het laatste onderdeel van deze deelopdracht hebben we alle andere functies van sprites en de game opties bekeken en een betekenis kunnen geven.
Deze betekenissen zijn te zien op de cheatsheet pagina.